LOOK 01
Heavy Sweater
De zware jongen.
DIT IS WALTER
Hij kwam hier niet via de kortste weg.
03
ZEELAND · 1958–1976
De steden kwamen later. Eerst was er Zeeland, een rusteloze jongen en een vader die wist hoe je dingen moest repareren.
Walter werd in 1958 geboren in Dreischor, een klein dorp in Zeeland. Zijn vader Arie kwam uit Rotterdam en had een groot deel van zijn werkzame leven op zee doorgebracht. Met motoren en gereedschap wist hij wel raad. Wat stuk was, kreeg hij meestal weer aan de praat. Wennen aan het leven aan wal ging hem een stuk minder gemakkelijk af.
Zijn moeder Nel kwam oorspronkelijk uit Amsterdam. Ze was creatief en zag mogelijkheden in spullen die anderen misschien allang hadden weggegooid. Oude foto's, lapjes stof, tijdschriften. Zij zag er altijd wel iets in. Walter erfde iets van allebei: de praktische instelling van zijn vader en de nieuwsgierigheid van zijn moeder.
Op school kon hij zijn aandacht zelden lang ergens bij houden. Brommers waren een ander verhaal. Als er eentje niet wilde starten, kon hij er met plezier uren aan sleutelen. Hij leerde door dingen uit elkaar te halen, fouten te maken en soms te ontdekken dat alles weer in elkaar zetten het lastigste deel was.
Halverwege zijn tienerjaren was hij steeds minder in Dreischor te vinden en trok Rotterdam hem steeds meer. In 1976, op zijn achttiende, kocht hij een oude tweedehands BSA-motor. Daar had hij zijn handen vol aan. Maar in Zeeland houden zou die hem niet.
Hij wist nog niet waar hij naartoe ging. Alleen dat het ergens anders was.
Hij kwam naar Londen om te werken. De rest gebeurde er gewoon omheen.
In 1977 vertrok Walter, inmiddels negentien, op zijn oude BSA-motor uit Nederland. Hij nam de veerboot van Hoek van Holland naar Harwich, met een kleine tas, nauwelijks geld en één adres in Londen. Dat adres had hij gekregen via een oude bekende van zijn vader Arie, uit diens jaren op zee.
Het bracht hem naar Haggerston, in Oost-Londen. Daar handelde een voormalige Nederlandse zeeman in tweedehands motoronderdelen, gereedschap en eigenlijk alles waar hij zijn handen op kon leggen. Walter hielp mee in de werkplaats en sliep tussen dozen vol reserveonderdelen. Erg comfortabel was het niet, maar hij was de Noordzee ook niet overgestoken voor roomservice.
Op een dag moest er iets bezorgd worden en was er niemand beschikbaar. Walter had een motor, dus ging hij. Voor hij het wist, werkte hij als motorkoerier. Hij slingerde door het Londense verkeer en leerde de stad kennen via garages, achterafstraatjes en adressen die zelden in reisgidsen stonden.
Een kapotte motorfiets bracht hem uiteindelijk in contact met een jonge muzikant. Toen ze elkaar later opnieuw tegenkwamen, werd Walter uitgenodigd voor een avondje uit. Van het een kwam het ander en voor hij het wist, bracht hij zijn avonden door in Londense pubs, oefenruimtes en de opkomende punkscene.
Walter heeft zichzelf nooit als punk beschouwd. Wat hem aansprak, was de mentaliteit. Mensen begonnen bands, maakten hun eigen kleding, organiseerden optredens en deden de dingen op hun eigen manier. Niemand leek zich erg druk te maken over toestemming vragen.
En toen was er Maggie.
Ze was iets ouder dan Walter, kwam uit een arbeidersgezin in Oost-Londen en werkte in een pub, terwijl ze zich daarnaast bezighield met fotografie. Aanvankelijk vond ze hem vooral een irritant lange Nederlander die zijn zonnebril nooit afzette. Walter kon haar oordeel eigenlijk wel waarderen.
Op een dag maakte Maggie een foto van hem terwijl hij aan de bar zat. Niets bijzonders, gewoon een moment dat ze toevallig vastlegde. Maar toen Walter de foto zag, besefte hij dat een foto meer kon laten zien dan alleen iemands uiterlijk. Een foto kon ook iets vangen van wie iemand werkelijk was.
Hun vriendschap groeide uit tot een relatie. Walter had nog steeds zijn eigen plek in Haggerston, al belandden zijn platen, kleren en tandenborstel langzaam maar zeker bij Maggie thuis. Hij sliep er steeds vaker, ook al wilde hij nog niet helemaal toegeven dat hij er eigenlijk zo goed als woonde.
Tegen het einde van zijn Londense jaren bood iemand uit de muziekscene hem een tijdelijke productieklus in Parijs aan. Een paar weken rijden, apparatuur verplaatsen en zorgen dat alles een beetje soepel verliep.
Walter nam de klus aan. Hij ging er volledig van uit dat hij daarna gewoon naar Londen zou terugkeren.
Hij vertrok nooit echt uit Londen. Hij kwam alleen niet meer terug.
Ergens in Parijs werd ‘Vraag het maar aan Walter’ ineens een heel normaal antwoord.
Walter kwam in Parijs aan met het idee dat hij er een paar weken zou blijven. Iemand die hij via de Londense muziekscene had leren kennen, had extra hulp nodig voor een productieklus. Er moest apparatuur worden verplaatst, vervoer geregeld en er waren allerlei kleine problemen waar niemand tot het laatste moment over had nagedacht. Precies het soort werk dat Walter goed lag.
In het begin sliep hij bij mensen van de crew. Toen de klus voorbij was en de rest vertrok, wist iemand nog een klein onderkomen in Belleville, in het oosten van Parijs. Walter nam het voor een paar weken. Daarna nog een paar. Voor hij het wist, woonde hij er. Al had hij zelf niet kunnen zeggen wanneer hij dat precies had besloten.
Ondertussen ging Maggie in Londen verder met haar fotografie en bouwde ze haar eigen leven op. Er was geen grote ruzie of dramatisch afscheid. Walter was vertrokken voor een tijdelijke klus en vond steeds nieuwe redenen om te blijven. Uiteindelijk leefden ze gewoon ieder hun eigen leven.
In Parijs had Walter eigenlijk nooit één vaste baan. De ene dag reed hij mensen rond of verplaatste hij apparatuur. De volgende dag hielp hij in een bar, repareerde hij iets achter het podium of maakte hij een ruimte klaar voor een evenement. Functietitels zeiden hem weinig. Als er iets moest gebeuren, wilde hij vooral weten waar en wanneer het af moest zijn.
Mensen begonnen hem te onthouden. Eerst als die lange Nederlander die meestal wel kon helpen. Daarna gewoon als Walter.
Geen chauffeur? Vraag Walter. Iets kapot? Vraag Walter.
Geen geweldig ondernemingsplan, maar hij had altijd wat te doen.
Hij leerde Parijs kennen via de mensen met wie hij werkte, de straten rond Belleville en plekken die pas na zonsondergang echt tot leven kwamen. Hij maakte vrienden, verzamelde contacten en wist steeds beter wie hij moest bellen als hij zelf geen oplossing had.
En toen kwamen de verhalen over Ibiza.
Walter hoorde steeds vaker over het eiland, al leek niemand het erover eens hoe het daar eigenlijk was. De een had het over hippies en vrijheid. De ander over clubs, muzikanten of hoe weinig geld je er zogenaamd nodig had om te leven.
Op een avond krabbelde iemand een naam en adres op een papiertje en zei dat Walter daar eens moest gaan kijken als hij ooit op Ibiza kwam.
Hij stopte het weg en vergat het.
Maanden later kwam hij het papiertje weer tegen. Parijs voelde inmiddels vertrouwd en Walter begon opnieuw de kriebels te krijgen om verder te trekken.
Hij keek naar het adres, dacht er even over na en besloot dat hij net zo goed zelf kon gaan kijken.
Geen groots besluit. Alleen eerst Frankrijk, toen Spanje en daarna een veerboot vanuit Dénia.
Hij kwam in 1984 op het eiland aan en zag geen dringende reden om weer te vertrekken.
In 1984 vertrok Walter op zijn motor uit Parijs, richting het zuiden. Hij bleef langer dan gepland in Barcelona hangen en reisde daarna door naar Dénia, waar hij de veerboot naar Ibiza nam.
Hij kwam aan met een tas, een beetje geld en een adres dat iemand hem in Parijs had gegeven.
Helaas bleek de persoon op dat adres verhuisd.
Na een paar dagen rondvragen belandde Walter in een druk huis waar seizoenwerkers uit verschillende landen samenwoonden. Iemand bood hem voor een paar nachten een extra matras aan.
Een paar nachten werden een paar weken.
Op een avond namen zijn nieuwe huisgenoten hem mee naar KU, een openluchtdiscotheek die anders was dan alles wat hij in Londen of Parijs had meegemaakt. De muziek, de warme avondlucht en de bijzondere mix van mensen trokken meteen zijn aandacht.
Walter was niet zo'n danser. Maar hij kon met bijna iedereen een gesprek aanknopen. En dat bleek een stuk nuttiger.
Via zijn nieuwe contacten vond hij werk achter de bar, als chauffeur en met het verplaatsen van apparatuur of het repareren van spullen voor evenementen. Het leek behoorlijk op zijn leven in Parijs, met als verschil dat hij na zijn werk af en toe kon gaan zwemmen.
Hij ontdekte ook een heel ander Ibiza. Rustige wegen, kleine dorpen en mensen voor wie het leven gewoon doorging als de clubs allang gesloten waren. Sommige van zijn mooiste dagen hadden niets met het nachtleven te maken.
In die eerste jaren ontmoette Walter ook Steve, een Brit die werkte in de groeiende clubscene van het eiland. Steve had vlak voor een evenement hulp nodig bij een praktisch probleem. Iemand raadde hem die lange Nederlander aan die zo'n beetje alles leek te kunnen repareren.
Walter hielp hem, ze raakten aan de praat en het begin van een lange vriendschap was gemaakt.
Steve kende organisatoren, dj's en mensen die in de clubs werkten. Walter wist hoe je apparatuur verplaatste, de juiste mensen vond en dingen voor elkaar kreeg. Samen bleken ze een handig duo.
Eind jaren tachtig werd het steeds drukker op het eiland. Voor hun werk reisden ze soms naar Londen, Barcelona of Parijs. Ibiza bleef Walters vaste uitvalsbasis, al verhuisde hij nog regelmatig van de ene logeerkamer naar het andere gedeelde huis.
Uiteindelijk belandde het grootste deel van zijn spullen in één bepaald huis. Als iemand vroeg of hij daar woonde, zou Walter waarschijnlijk hebben gezegd dat hij daar gewoon zijn spullen bewaarde.
Maar het nachtleven had ook een minder mooie kant.
Naarmate de jaren verstreken, raakte Steve steeds verder verstrikt in lange nachten en gewoontes die zijn gezondheid, werk en vriendschappen begonnen te schaden.
Walter probeerde hem te helpen op de manier die hij het beste kende. Hij nam Steve een tijdje mee van het eiland, liet hem meegaan naar klussen en probeerde hem weer een wat normaler ritme te geven.
Een tijdlang ging het beter.
Maar Steve keerde terug naar Ibiza en langzaam kwamen de oude problemen ook terug. Rond 1990 hielp Walter zijn vriend om het eiland te verlaten en ergens anders opnieuw te beginnen.
Daarna voelde Ibiza voor Walter toch anders.
Ook de clubscene veranderde. Wat ooit een vrij kleine wereld was geweest, groeide uit tot iets veel groters en commerciëlers.
Walter had niet echt moeite met die veranderingen. Hij merkte alleen dat hij steeds vaker op reis was en werk aannam op plekken waar interessante kansen voorbij kwamen.
Amsterdam werd een steeds vaker terugkerende bestemming. Zijn zus Ria woonde er en mensen die hij uit Londen en Ibiza kende, raakten betrokken bij de creatieve wereld en clubscene van de stad.
Er waren bekende gezichten, interessante klussen en steeds meer redenen om terug te komen.
En Walter bleef terugkomen.
Hij vertrok niet in één keer van Ibiza. Hij bracht alleen steeds meer tijd ergens anders door.
Amsterdam werd zo langzaam zijn thuis dat Walter nauwelijks merkte dat het gebeurde.
Begin jaren negentig bracht Walter steeds meer tijd door in Amsterdam. Zijn zus Ria woonde er en hun moeder Nel was er opgegroeid. De stad had altijd al een plek in de familiegeschiedenis gehad, ook al had Walter het grootste deel van zijn volwassen leven ergens anders doorgebracht.
Aanvankelijk kwam hij steeds voor een paar dagen. Hij bezocht vrienden en nam af en toe een klus aan. Tijdens een van die bezoeken vroeg een bekende uit zijn Londense en Ibiza-jaren of hij kon helpen bij een clubproductie.
Zo maakte hij echt kennis met het Amsterdamse nachtleven, waaronder RoXY. Een plek waar muziek, mode, theater en kunst op een heerlijk vreemde manier door elkaar liepen.
Walter herkende iets van de creatieve vrijheid op Ibiza, al was Amsterdam donkerder, theatraler en een stuk minder geïnteresseerd in zonneschijn.
Al snel bewoog hij zich tussen clubs, muziekpodia en undergroundfeesten. Soms kwam hij voor de muziek, soms voor zijn werk. En opvallend vaak was hij alleen iets komen bezorgen en gewoon blijven hangen.
In 1994 bracht Walter zoveel tijd in Amsterdam door dat iemand hem een goedkope woon-werkruimte aanbood. Een plek waar je misschien beter niet te veel vragen over kon stellen.
Er was ruimte voor een matras, zijn gereedschap en de steeds grotere verzameling platen, kleding en motoronderdelen die hij door de jaren heen had opgebouwd. Hij trok erin zonder er veel aandacht aan te besteden.
Er kwamen steeds meer dozen bij. Oude clubflyers, cassettebandjes, foto's en posters vonden hun plek tussen de spullen. Walter had van zijn moeder de gewoonte overgenomen om interessante dingen te bewaren. Al werd zijn idee van wat interessant was steeds ruimer.
Zonder dat hij het doorhad, bouwde hij een archief van zijn eigen leven op.
Rond 1995 ontmoette hij Juliette tijdens een chaotische productie die met RoXY te maken had. Ze was decorontwerpster en werkte in de Amsterdamse creatieve wereld.
Er ging iets mis. Walter bood aan het op te lossen. Juliette zat niet bepaald te wachten op ongevraagd advies van een lange man die zelfs binnen zijn zonnebril ophield.
Ze kregen woorden, losten het probleem op en gingen daarna samen iets drinken.
Op hun eigen vreemde manier was het een veelbelovend begin.
Werk werd vriendschap, vriendschap werd aantrekkingskracht en voor ze het wisten, bracht Juliette meer tijd door bij Walter dan in haar eigen huis.
Een doorsnee stel waren ze niet. Ze werkten allebei op onregelmatige tijden, hadden weinig met vaste routines en een stevige discussie kwam regelmatig voor. Maar ze begrepen wel wat de ander kon.
Juliette had gevoel voor ontwerp en wist hoe je met beelden een verhaal vertelde. Walter kon bouwen, vervoeren, repareren of op de een of andere manier precies datgene vinden wat een productie nodig had.
Samen vormden ze een verrassend goed team.
En toen brandde in juni 1999 RoXY af.
Walter en Juliette waren die nacht aanwezig. Ze kwamen veilig buiten en stonden tussen de andere mensen. Ze zochten naar bekende gezichten en probeerden te begrijpen wat er was gebeurd.
Jarenlang was de club onderdeel geweest van hun dagelijkse wereld. En ineens was die verdwenen.
Het Amsterdamse nachtleven ging door. Walter ook. Hij bleef werken bij kleinere podia, tijdelijke feesten en projecten in de creatieve wereld van de stad. Maar er was iets veranderd.
Juliette ging zich steeds meer richten op haar eigen projecten. Walter bleef reizen en nam interessante klussen aan waar ze zich ook voordeden. Hun relatie eindigde niet met één grote ruzie. Langzaam merkten ze dat ze steeds meer hun eigen leven leidden.
Ze bleven goede vrienden. Geen van beiden vond dat alles wat ze samen hadden meegemaakt zomaar moest verdwijnen omdat hun relatie was veranderd.
Inmiddels was Amsterdam Walters vaste uitvalsbasis geworden. Zijn zus woonde er, zijn vrienden waren er en zijn werkruimte stond vol met een inmiddels belachelijk aantal dozen.
Voor het eerst in jaren had hij een plek waar hij echt graag naar terugkeerde.
Toen kwam er in 2001 een productie in Amsterdam die naar New York zou gaan. Op het laatste moment hadden ze iemand nodig die vervoer, apparatuur en onverwachte problemen kon regelen.
Iemand noemde Walters naam.
Amsterdam was inmiddels thuis. Vertrekken deed hij nog steeds.
Hij stak de oceaan over en belandde op de een of andere manier weer bij hetzelfde soort werk.
Walter kwam in 2001 in New York terecht omdat iemand op het laatste moment was uitgevallen bij een productie uit Amsterdam. Ze zochten iemand die kon rijden, apparatuur kon verplaatsen en problemen kon oplossen. Het zou een paar weken duren, werd hem verteld. Dat had hij wel vaker gehoord.
Hij verbleef in de buurt van Hell's Kitchen, aan de westkant van Manhattan. Via een theatertechnicus leerde hij chauffeurs, bouwers, monteurs en andere mensen kennen die achter de schermen alles op Broadway draaiende hielden. Walter voelde zich achter het podium een stuk beter thuis dan in de schijnwerpers.
Bij een garage in de buurt ontmoette hij Luis, een monteur die er niet bepaald van hield als vreemden zich met zijn werk bemoeiden. Walter zag iets mis met een auto en begon eraan te sleutelen.
'Ben jij monteur?' vroeg Luis.
'Nee.'
'Blijf er dan met je handen vanaf.'
Walter bleek toch gelijk te hebben. Daar begon hun vriendschap.
Luis had een hechte familie, goede vrienden en een leven dat helemaal in de buurt geworteld was. Walter mocht hem graag. Hier was iemand die ergens thuis was, zonder zich er opgesloten te voelen.
Op 11 september 2001 was Walter bij Luis in de buurt van de garage toen langzaam duidelijk werd wat er gebeurde. Hij bleef bij zijn vriend en hielp in de dagen daarna met vervoer en het bezorgen van spullen. Later sprak hij er bijna nooit over. Als iemand vroeg waar hij die dag was geweest, zei hij alleen: 'New York.'
Walter bleef langer in de stad dan voor zijn oorspronkelijke klus nodig was. In 2002 hielp Luis hem aan een betaalde transportklus richting het westen. De rit eindigde in Los Angeles, waar Walter Danny ontmoette, iemand uit de productiewereld die hulp nodig had bij een probleem.
Danny vroeg of hij in LA bleef.
'Geen idee.'
'Mooi. Ik heb morgen iemand nodig.'
Opnieuw had Walter werk gevonden zonder ernaar te zoeken. Hij reed rond, bezorgde apparatuur, hielp locaties klaar te maken en repareerde spullen die eigenlijk niet kapot hadden mogen gaan. Los Angeles had beter weer dan New York, maar achter de schermen waren de problemen opvallend hetzelfde.
Via Danny ontmoette hij Lenny, een voormalige rockmanager met een enorme verzameling spullen uit de muziekwereld. Walter vond de verhalen achter oude tourpassen en foto's interessanter dan de beroemde namen die erbij hoorden. Ze raakten bevriend en tijdens langere klussen verbleef Walter soms in een gastenverblijf op Lenny's terrein in Beverly Hills.
Werken in Beverly Hills klonk trouwens een stuk mooier dan het was. In een duur huis was meestal ook wel iets kapot.
Een andere bezorgklus bracht Walter naar de San Fernando Valley, waar hij onverwacht op de set van een pornofilm terechtkwam. Hij was er om apparatuur te verplaatsen, niet om voor de camera te staan. Toen er iets misging, hielp hij het oplossen. Niet veel later belde Denise Harper, een zelfstandige producent, hem regelmatig voor vervoer, generatoren, reparaties en locaties die op het laatste moment moesten worden veranderd.
Denise waardeerde dat hij gewoon kwam opdagen, zich met zijn eigen zaken bemoeide en zijn werk deed.
Via contacten van Lenny kreeg Walter ook onderhouds- en transportklussen bij een extern bedrijf in de buurt van Rancho Mirage, onder meer bij het Betty Ford Center. Hij had niets te maken met de zorg voor patiënten of hun persoonlijke behandeling. Zijn werk ging over voertuigen, apparatuur en reparaties.
Toch zette die plek hem aan het denken. Na jaren waarin lange nachten, drank en drugs voor hem heel normaal waren geweest, begon hij meer te slapen, minder te drinken en afstand te nemen van zwaardere drugs. Hij maakte er geen groot verhaal van. Hij ging het gewoon anders doen.
Rond 2003 bracht zijn werk hem richting San Francisco. Iemand uit Lenny's kennissenkring vertelde over een oude motor die daar te koop stond: een Indian Chief uit 1948. Walter ging kijken, luisterde naar de motor en maakte een proefrit.
Hij kocht hem.
De Indian bleef nog een tijdje in Californië en werd in 2005 naar Nederland verscheept. Het zou een van de weinige bezittingen worden die Walter tientallen jaren zou bewaren.
In 2004 had hij vrienden, werk en genoeg redenen om in Californië te blijven. Toen belde zijn zus Ria vanuit Nederland. Hun vader Arie was ernstig ziek.
Walter dacht eerst dat hij nog een paar klussen kon afmaken voordat hij terugging. Ria maakte hem duidelijk dat daar geen tijd voor was.
Hij ging naar huis. Voor één keer kon de volgende klus wachten.
In 2004 riep Amsterdam hem terug. Dit keer had het niets met werk te maken.
Voor één keer kwam Walter terug om een reden die niets met nieuwsgierigheid te maken had.
Toen Walter in 2004 terugkwam uit Californië, was zijn vader Arie ernstig ziek. Zijn zus Ria had gebeld om te vertellen dat er niet veel tijd meer was. Voor één keer had Walter alles uit zijn handen laten vallen.
Hij ging terug naar Dreischor, het Zeeuwse dorp waar hij was opgegroeid.
Zijn band met Arie was nooit eenvoudig geweest. Walter bewonderde zijn vaders talent voor techniek en herinnerde zich de verhalen over zijn jaren op zee. Maar het drankgebruik van Arie had het thuis ook moeilijk gemaakt. Er was veel liefde tussen hen, maar er waren ook ruzies en teleurstellingen geweest.
In de weken die volgden, hielp Walter met boodschappen, reparaties en alles wat verder nodig was. Soms praatten ze. Soms zaten ze gewoon samen.
Ze voerden een paar eerlijke gesprekken, al waren ze allebei niet erg goed in het tonen van hun gevoelens.
Op een gegeven moment zei Arie dat Walter meer op zijn vader leek dan hij zelf besefte.
Walter wist niet helemaal of hij dat geruststellend moest vinden.
Arie overleed in november 2004.
Daarna begonnen Walter en Ria het ouderlijk huis op te ruimen. Tussen de gewone spullen vonden ze dozen vol foto's, brieven, documenten uit de scheepvaart en papieren uit de oorlogsjaren.
Er stonden onbekende namen op, stempels van havens en plaatsen waar hun vader nauwelijks over had gesproken. Walter wist altijd al dat Arie een ingewikkeld verleden had. Maar hij had geen idee hoeveel daarvan nog gewoon in lades lag.
Hij begon dozen mee te nemen naar Amsterdam. Sommige spullen riepen vragen op die hij zijn vader nooit meer kon stellen.
Begin 2005 ging Walter nog even terug naar Californië. Hij wilde openstaande klussen afronden en Danny, Denise en Lenny weer zien. Ook regelde hij dat zijn Indian Chief uit 1948 naar Nederland werd verscheept.
Wat een praktische reis had moeten worden, bleek uiteindelijk het afscheid van Californië als zijn vaste woonplek.
Zijn moeder Nel bleef ondertussen nog een tijdje in Dreischor wonen. Maar het huis voelde uiteindelijk te groot en te stil. Ze besloot dichter bij Amsterdam te gaan wonen, de stad waar ze zelf was opgegroeid. Walter en Ria hielpen haar met de verhuizing.
Nu zijn moeder dichterbij woonde, begon Walter haar foto's en documenten uit de familieverzameling te laten zien.
'Mam, wie is dit?'
Soms herkende ze iemand meteen. Andere keren bracht een foto een verhaal naar boven dat niemand ooit eerder had gehoord. Walter begon namen en jaartallen op te schrijven en nam af en toe hun gesprekken op.
Hij was niet van plan om familiehistoricus te worden. Hij had alleen ontdekt hoe makkelijk verhalen verdwijnen als niemand eraan denkt om vragen te stellen.
Rond 2009 of 2010 merkte Ria dat Nel steeds vaker recente gebeurtenissen vergat. Opvallend genoeg kon ze zich sommige herinneringen uit haar jeugd nog heel goed voor de geest halen.
Walter bleef haar bezoeken. Soms bekeken ze samen foto's. Soms luisterden ze naar muziek of dronken ze gewoon koffie, zonder het over vroeger te hebben.
In die jaren begon ook zijn werk te veranderen. Mensen belden hem nog steeds voor reparaties en productieklussen, maar steeds vaker vroegen ze hem om oude kleding, platen, reclameborden, foto's en bijzondere spullen te vinden.
Zijn werkruimte in Amsterdam werd langzaam een combinatie van werkplaats en archief. Na tientallen jaren reizen leek Walter altijd wel iemand te kennen die bijna alles kon opsporen.
Nel overleed in november 2013. Ze was 86 jaar.
De dozen uit Dreischor hadden inmiddels een andere betekenis gekregen. Het waren niet langer zomaar oude spullen. Ze bewaarden verhalen van mensen aan wie Walter nooit meer iets kon vragen.
Hij werkte nog steeds, reisde af en toe, zag zijn vrienden en reed op zijn Indian. Maar Amsterdam was inmiddels veel meer geworden dan een handige plek om zijn spullen neer te zetten.
Amsterdam was niet langer de plek waar hij steeds naar terugkwam. Het was de plek waar hij woonde.
Walter hield niet op met werken. Hij zei alleen niet meer overal ja op.
Na het overlijden van zijn moeder in 2013 liet Walter zich wat minder vaak zien in Amsterdam. Hij had met niemand ruzie gekregen en was ook niet van plan om te verdwijnen. Hij had gewoon niet zoveel behoefte meer om iedere avond de deur uit te gaan.
Het grootste deel van zijn leven was er altijd wel ergens iets te doen of iemand die zijn hulp nodig had. Londen, Parijs, Ibiza, New York. Zelfs in Amsterdam had hij zelden echt rust gehad.
Nu hij halverwege de vijftig was, ontdekte Walter dat een dag zonder plannen eigenlijk best prettig kon zijn.
Zijn werkruimte in Amsterdam werd ondertussen steeds moeilijker te omschrijven. Gereedschap en motoronderdelen deelden de ruimte met platen, oude kleding, foto's, brieven en dozen die hij in bijna veertig jaar had verzameld.
Sommige spullen kwamen uit het ouderlijk huis in Zeeland. Andere hadden met hem door Europa en Amerika gereisd. Er waren dingen waarvan hij nog precies wist waar hij ze had gekocht, spullen die hij van mensen had gekregen en verrassend veel voorwerpen waarvan niemand meer wist waar ze vandaan kwamen.
Walter besloot eindelijk eens alles uit te zoeken.
Hij scande foto's, sorteerde oude documenten en probeerde namen en jaartallen te vinden bij gezichten die hij bijna was vergeten. Clubflyers, backstagepassen, platenhoezen en brieven herinnerden hem aan mensen en plekken waar hij jarenlang niet meer aan had gedacht.
Zijn manier van ordenen was niet helemaal gebruikelijk. Sommige dozen waren ingedeeld op stad, andere op jaar. En bij een paar dozen leek alleen Walter te begrijpen hoe het systeem werkte.
Maar als je hem om een bepaalde foto vroeg, zei hij waarschijnlijk dat je in de tweede kast moest kijken, in de grijze doos, onder de Franse kranten.
En daar lag die foto dan.
Ondertussen veranderde ook zijn werk. Via Juliette en andere oude contacten kwamen steeds vaker stylisten, fotografen en kleine creatieve producties bij hem terecht. Ze zochten bijzondere spullen.
Een oud sportshirt. Een motorpatch van vroeger. Een vergeten platenhoes. Een specifiek kledingstuk uit de werkkleding van toen.
Soms had hij precies wat ze zochten. Andere keren kende hij wel iemand die het misschien had. Walter vond het speurwerk leuk, al bleef zijn enthousiasme voor facturen, vergaderingen en administratie behoorlijk beperkt.
Mensen die hem nog kenden uit het oude Amsterdamse clubleven vroegen zich soms af wat er eigenlijk van Walter was geworden.
Meestal zat hij gewoon in zijn werkruimte. Koffie te drinken, foto's uit te zoeken of iets te repareren dat duidelijk niet van plan was mee te werken.
Een kluizenaar was hij niet geworden. Hij zag Ria nog steeds, hield contact met Juliette, bezocht vrienden en ging op reis als er iets interessants voorbijkwam.
Hij hoefde alleen niet meer overal bij te zijn.
Aan het einde van het decennium was zijn werkruimte uitgegroeid tot een bijzondere verzameling voorwerpen en herinneringen. Walter zelf zou het waarschijnlijk gewoon een kamer vol spullen hebben genoemd.
Hij had nog steeds werk, vrienden, zijn Indian en meer dan genoeg redenen om 's ochtends zijn bed uit te komen.
Voor iemand die het grootste deel van zijn leven op zoek was geweest naar de volgende interessante plek, bleek gewoon ergens blijven verrassend prettig.
Voor één keer was er geen duidelijk volgend hoofdstuk.
Geen spectaculaire entree. Alleen Juliette, een werkruimte en een bezoek dat langer duurde dan gepland.
Begin 2020 nam Juliette haar vriendin Helga mee naar Walters werkruimte in Amsterdam. Helga was opgegroeid in Hamburg, had veel gereisd en jarenlang creatieve producties georganiseerd. Ze zochten iets uit Walters verzameling. Het bezoek zou twintig minuten duren.
Walter droeg binnen een zonnebril en zat tussen foto's, gereedschap en dozen. Hij zei weinig en deed geen moeite om indruk te maken. Helga vond hem in eerste instantie behoorlijk arrogant.
Maar toen raakten ze aan de praat. Walter kende de verhalen achter zijn spullen, had een verrassend droog gevoel voor humor en, belangrijker nog, luisterde ook als zij iets vertelde. Het bezoek duurde uiteindelijk uren.
Een paar weken later stuurde Walter haar een foto van iets waarover ze hadden gesproken.
'Dit bedoelde ik.'
Helga antwoordde. Met dat onopvallende berichtje begon een gesprek waar Juliette al snel niet meer voor nodig was.
Toen de pandemie het dagelijks leven veranderde, werden hun berichtjes steeds vaker telefoongesprekken. Ze praatten over eten, muziek, werk, dagelijkse ergernissen en wat er toevallig op televisie was. Langzaam begonnen ze ook verhalen uit te wisselen over de plekken waar ze waren geweest en de mensen die ze hadden gekend.
Tijdens een van die gesprekken kwam Ibiza ter sprake. Helga was er in 1987 met een vriendin geweest. Ze herinnerde zich een avond in Amnesia waarop de stroom even uitviel en de muziek stopte.
Walter herinnerde zich die avond ook.
Ze ontdekten dat ze toen in dezelfde club waren geweest, misschien maar een paar meter van elkaar vandaan. Toch hadden ze elkaar niet opgemerkt.
Walter vond het grappig. Helga vond het vreemd. Geen van beiden dacht dat het betekende dat ze voor elkaar bestemd waren geweest.
Toen ze elkaar weer konden zien, nodigde Walter Helga opnieuw uit. Hij had nog iets gevonden wat hij haar wilde laten zien. Ze besteedden er ongeveer vijf minuten aan. De rest van de avond zaten ze te praten.
Er volgden meer bezoeken en tegen de herfst waren ze samen. Welke dag nu precies het begin van hun relatie was, hebben ze eigenlijk nooit vastgesteld.
In 2021 nam Helga Walter mee naar Hamburg. Ze stelde hem voor aan haar ouders en liet hem de straten zien die ze kende van voordat ze jarenlang op reis was gegaan.
Haar ouders wisten aanvankelijk niet helemaal wat ze moesten denken van die lange man met zijn zonnebril. Maar hij luisterde, was hartelijk tegen hen en leek hun dochter gelukkig te maken.
Hij mocht nog eens terugkomen.
Later dat jaar vertelde Walter terloops over een grote ziekenhuislamp die hij rond 2001 of 2002 naar een creatief evenement in Amsterdam had gebracht.
Helga herinnerde zich diezelfde lastige lamp.
Blijkbaar waren ze ook op dat evenement allebei aanwezig geweest, zonder elkaar te ontmoeten.
'We waren niet zo goed in elkaar vinden,' zei Walter.
In 2022 bracht een praktische klus hen naar Zeeland. Onderweg wees Walter op bekende wegen en plekken uit zijn jeugd. Hij vertelde Helga een klein verhaal over iets wat zijn vader Arie ooit voor hem had gerepareerd.
Helga vroeg niet meteen door. Toch merkte Walter later dat hij steeds vaker uit zichzelf herinneringen met haar deelde.
Ze waren het natuurlijk niet overal over eens.
Rond 2022 en 2023 bleef Walter een oude vriend verdedigen die misbruik maakte van zijn loyaliteit. Volgens Helga was dertig jaar vriendschap geen excuus voor iemands gedrag.
Ze kregen ruzie en namen even afstand van elkaar. Uiteindelijk stuurde Walter haar weer een praktisch berichtje.
Het moeilijke gesprek kwam daarna pas.
In 2023 hoorde Helga inmiddels helemaal bij Walters kleine familiekring. Zijn zus Ria belde haar rechtstreeks als er iets geregeld moest worden. Walter ontdekte af en toe dat de twee alles al hadden opgelost zonder hem erbij te betrekken.
Ze hielden ieder hun eigen huis, werk, vrienden en de vrijheid om apart op reis te gaan. Ze waren gelukkig samen, zonder iedere minuut van de dag in dezelfde ruimte te hoeven zitten.
In 2024 wees Juliette hen op iets wat ze zelf nauwelijks opmerkten: samen waren Walter en Helga nogal een opvallend stel.
Zijn droge manier van doen en haar snelle reacties vormden een bijzondere combinatie. Hun vrienden wisten dat allang.
Een camera was er alleen nog niet aan te pas gekomen.
Ze hebben nooit precies bedacht hoe ze het moesten noemen. Ze bleven gewoon voor elkaar kiezen.
Dat hele modellenwerk was niet Walters idee.
In het najaar van 2025 raakte Walter in een klein buurtcafé in Amsterdam aan de praat met een andere bezoeker. Ze hadden het over muziek, motoren en hoeveel de stad door de jaren heen was veranderd. Niets bijzonders eigenlijk.
De man bleek een kledingmerk te hebben: BINKY COMFYWEAR.
Op een gegeven moment viel de naam van een oude bekende uit het Amsterdamse nachtleven van de jaren negentig. De eigenaar van BINKY herkende ineens de connectie. Zijn oom had Walter vroeger gekend en blijkbaar nogal wat verhalen over hem verteld.
'Wacht eens even. Ben jij díé Walter?'
'Hangt ervan af wat hij je verteld heeft.'
Ze wisselden telefoonnummers uit, dronken hun drankje op en gingen ieder hun eigen weg. Over modellenwerk had niemand het gehad.
Een paar weken later was BINKY bezig met de voorbereidingen voor een fotoshoot met Retro T-Shirts. De geplande foto's zagen er net iets te gelikt uit. De eigenaar moest denken aan die lange Nederlander die hij in het café had ontmoet.
Hij stuurde Walter een berichtje met de vraag of hij een paar uurtjes vrij had.
'Waarvoor?'
'Foto's.'
'Waarvan?'
'Van jou, waarschijnlijk.'
Walter was niet meteen overtuigd, maar stemde toch toe. Op zijn zevenenzestigste was hij weleens gefotografeerd voor kleine creatieve projecten, maar hij had zichzelf nooit als model gezien.
Hij kwam gladgeschoren aan, met zijn vertrouwde donkere haar en zwarte pilotenbril. De fotograaf gaf hem een Retro T-Shirt en begon aanwijzingen te geven.
Draai eens die kant op. Kin iets omhoog. Armen anders.
Walter voelde zich steeds ongemakkelijker. Uiteindelijk stelde iemand voor dat hij gewoon moest blijven staan en vooral niet zo zijn best moest doen.
De foto's die daarna werden gemaakt, waren een stuk beter.
Hij probeerde er niet jonger, modieuzer of extra stoer uit te zien. Hij zag er gewoon uit als zichzelf, in een T-shirt. En op de een of andere manier was dat precies wat de foto's nodig hadden.
BINKY vroeg hem nog een keer terug. De ene shoot leidde tot de volgende en Walter begon zich langzaam wat meer op zijn gemak te voelen voor de camera. Zolang niemand hem maar te veel aanwijzingen gaf.
Toen het kouder werd, liet hij zoals gewoonlijk zijn winterbaard groeien. In combinatie met de oversized Heavy Sweaters van BINKY gaf dat hem ineens een heel andere, herkenbare uitstraling. Niemand had vooraf een strategie bedacht voor een winterse uitstraling. Walter zag er nu eenmaal in verschillende seizoenen anders uit.
Tegen het einde van 2025 was Helga toevallig aanwezig bij een kleine fotoshoot. Ze kwam niet om model te staan, maar iemand vroeg of ze voor een snelle testfoto even naast Walter wilde gaan staan.
De fotograaf bekeek het resultaat.
'Wacht. Nog eentje.'
Helga begreep niet helemaal waar iedereen zich zo druk om maakte. Maar de foto's werkten. Niet omdat ze deden alsof ze een stel waren, maar omdat hun natuurlijke reacties op elkaar leuk waren om naar te kijken.
De eigenaar van BINKY zag bovendien dat Helga ook in haar eentje iets bijzonders voor de camera had.
In januari 2026 werd ze uitgenodigd voor een eigen fotoshoot. Helga had jarenlang achter de schermen aan creatieve producties gewerkt en vond het in het begin behoorlijk vreemd om nu zelf gefotografeerd te worden. Ze deed iets te veel haar best om te poseren, totdat de fotograaf haar vroeg gewoon te ontspannen.
Zodra ze ophield met nadenken over hoe een model zich hoort te gedragen, kwam haar persoonlijkheid vanzelf naar voren.
In het voorjaar werkten Walter en Helga allebei zelfstandig voor BINKY. Hun eerste bewust geplande gezamenlijke fotoshoot volgde daarna vanzelf. Sommige van de beste foto's ontstonden tussen de poses door, wanneer Walter een droge opmerking maakte en Helga haar gezicht niet helemaal in de plooi kon houden.
Het was precies die klik die hun vrienden jaren eerder al hadden opgemerkt.
In 2026 was Walter inmiddels het vertrouwde mannelijke gezicht van BINKY geworden, terwijl Helga haar eigen plek binnen het merk kreeg. Soms stonden ze samen voor de camera, soms apart. Geen van beiden had ooit het plan gehad om fotomodel te worden.
Walter had BINKY niet opgericht, de prints niet ontworpen en ook niet zevenenzestig jaar lang naar dit moment toegewerkt. Het merk had al een eigen identiteit voordat ze elkaar leerden kennen.
Hij was gewoon in een café met iemand aan de praat geraakt, had ermee ingestemd een T-shirt aan te trekken en stond vervolgens ineens veel vaker voor een camera dan hij ooit had verwacht.
Hij vond het allemaal nog steeds een beetje grappig.
Niemand had het zo bedacht. En inmiddels past dat eigenlijk wel bij het verhaal.
13 / NU
LOOK 01
De zware jongen.
LOOK 02
Voor wie de lange weg neemt.
LOOK 03
Geen haast.
LOOK 04
Nog altijd op zijn eigen manier.